De aanleg van warmtenetten in Nederland moet een impuls krijgen met de nieuwe Wet Collectieve Warmte. In Tilburg is de gemeente zelf al aan de slag gegaan.

tilburg Tilburg wil met een eigen warmte-koude-net duizenden woningen in de komende vijfentwintig jaar verduurzamen. | Credits: Pourya Gohari / Unsplash.com

Aan warmtenetten wordt een belangrijke rol toegekend, als onderdeel van de ambitie om Nederland van het gas af te krijgen en woningen en gebouwen duurzaam te verwarmen. Dinsdag stemt de Eerste Kamer over de Wet Collectieve Warmte, die moet helpen om de uitbouw van warmtenetten te versnellen, zodat in 2050 een derde van de woningen in Nederland is aangesloten op een collectief warmtesysteem.

Als de nieuwe wet wordt aangenomen, krijgen publieke partijen zoals gemeenten en provincies per 1 januari 2026 een leidende rol bij het ontwikkelen van warmtevoorzieningen. Die moeten dan verplicht voor minimaal de helft eigendom moeten zijn van publieke aandeelhouders.

Tilburg van start met eigen warmtebedrijf

Sommige gemeenten nemen daar al een voorsprong op. Zo heeft Tilburg medio dit jaar een volledig publiek warmtebedrijf opgericht, met de gemeente als enige aandeelhouder.

Tijdens de Dag van de Warmtetransitie, georganiseerd door Energie Beheer Nederland, lichtten energieadviseur Robert Kint van de gemeente Tilburg en directeur Barry Scholten van Warmtebedrijf Tilburg afgelopen week in een speciale sessie toe, waarom voor deze opzet is gekozen.

Een belangrijk argument om zelf alvast te beginnen met een gemeentelijk warmtebedrijf, lag bij de ambitie om geen kansen te missen bij lopende plannen voor nieuwbouw en ook in te spelen op mogelijkheden om bestaande wijken op een warmte-koude-net aan te sluiten. ‘We willen nu snelheid maken en daarvoor is slagkracht nodig’, aldus Kint.

Het gemeentelijke programmateam voor de energietransitie was vijf jaar geleden al begonnen met een verkenning om in kaart te brengen welke stadsgebieden potentieel geschikt zijn voor aansluiting op een warmtenet. Het hele traject heeft dus al een langere voorgeschiedenis, waarbij volgens Kint een aantal zaken van belang zijn om verder te komen.

Durven kiezen om vaart erin te houden

Zo helpt het als je begint met een ‘slimme startmotor’. In het geval van Tilburg was dat het plan om te beginnen met de aanleg van een warmte-koude-net in Tilburg-Zuid. Cruciaal is volgens Kint verder dat je als gemeente ervaren professionals voor je warmtebedrijf aantrekt, maar ook dat er heldere communicatie en afstemming is met burgers. Tot slot is voldoende politiek steun van wethouders onontbeerlijk.

‘Je moet durven kiezen’, stelt Kint over het besluit om te beginnen met een warmtebedrijf dat voor 100 procent in handen is van de gemeente. Voordeel hiervan is dat er meteen effectief kan worden ingespeeld op de lokale agenda voor ruimtelijke ordening. Daarmee is volgens Kint overigens niet uitgesloten dat het gemeentelijke warmtebedrijf in een later stadium alsnog nieuwe aandeelhouders erbij krijgt, bijvoorbeeld om onderdeel te worden van een regionaal warmtecluster.

Publiek warmtebedrijf met publiek doel: betaalbaar en betrouwbaar

Directeur Scholten van het Warmtebedrijf Tilburg gaf bij de Dag van de Warmtetransitie aan dat zijn organisatie een duidelijk publiek doel dient: zorgen dat Tilburgers toegang hebben tot betaalbare en betrouwbare warmte. ‘De nutsfunctie staat voorop, het gaat niet om winst maken.’

Het Warmtebedrijf Tilburg krijgt de beschikking over ontwikkel- en projectfinanciering via de gemeente en kan additioneel kapitaal aantrekken in de vorm van bankfinanciering.

Bij specifieke projecten voor bijvoorbeeld nieuwbouw voert het Warmtebedrijf Tilburg de regie over de exploitatie. De bouw van de infrastructuur wordt via het warmtebedrijf aanbesteed bij marktpartijen. Scholten: ‘Je moet daarbij goed nadenken over de toekomstige waarde van voorzieningen die je nu aanlegt. Je bouwt infrastructuur voor de lange termijn, dus die systemen moet over dertig jaar nog veel waarde vertegenwoordigen.’

Zeerlagetemperatuur warmte-koude-net

Tilburg kiest voor een zogenoemd zeerlagetemperatuur warmte-koude-net. Dat betekent dat er niet met één grote bron wordt gewerkt, maar dat er koppelingen komen tussen verschillende lokale bronnen die restwarmte afgeven. Dat kunnen gebouwen zoals ziekenhuizen zijn, maar er kan ook gebruik worden gemaakt van bodemenergie zoals warmte van het riool.

Een gesloten circuit van leidingen zorgt ervoor dat er continu energie door een wijk stroomt op temperaturen van onder de dertig graden. Binnen gebouwen die een aansluiting krijgen op het warmte-koude-net, worden de temperaturen met een warmtepomp aangepast voor specifieke gebruiksbehoeften. Zo krijgt een nieuwbouwlocatie één centrale warmtepomp die in de energievraag van een gebouw voorziet en hoeft niet elke woning een eigen warmtepomp. Daarnaast kan restwarmte worden bewaard door middel van warmte-koudeopslag.

‘De technologie is niet nieuw, het gaat om bewezen oplossingen’, aldus Scholten. ‘De grootste opgave is om burgers mee te nemen in dit verhaal en comfort te geven.’ Met als uiteindelijk doel om 40.000 woningen in Tilburg met een eigen warmte-koude-net in de komende vijfentwintig jaar een duurzame toekomst te geven.

Lees ook:

  • Change