Hoe komen we zover dat we in 2050 of eerder zonder aardgas kunnen wonen?
Door elke gemeente in Nederland wordt er een warmteplan voor opgesteld. Met daarin de volgende stappen:
STAP 1 : Minder aardgas verbruiken, zodat we langer met onze voorraad toekunnen. Bovendien verlaag je er de energiekosten mee.
HOE VERBRUIK JE MINDER AARDGAS?
- Door je woning beter te isoleren, kun je veel gas besparen. De warme lucht ontsnapt immers minder snel uit een geisoleerd huis en er kopt minder koude lucht naar binnen. Alle gemeenten in Nederland, dus ook in Beverwijk hebben grote isolatie-acties opgezet. Eigenaren van minder goed geisoleerde huizen kunnen met een flinke subsidie van de gemeente delen van hun huis isoleren. Denk aan de zolder, de gevel of de vloer.
- Door te koken op inductie in plaats van met aardgas.
- Ook op andere manier kun je energie besparen, bijvoorbeeld door de verwarming wat lager te zetten of efficienter in te stellen.Hiervoor zijn voldoende tips te vinden. Je vindt er hier een hele website over....LINK
STAP 2: Bij de aankoop van bijvoorbeeld een gas-cv-ketel vooruit denken. Koop een hybride ketel, die zowel op aardgas als op elektriciteit werkt.
Niet iedereen hoeft meteen een warmtepomp te kopen. En voor het 2040 is, zijn er misschien al weer nieuwe uitvindingen gedaan, die aardgasvrij wonen makkelijker maken.
STAP 3: Wacht de verdere stappen van de gemeente af, maar denk wel alvast na over collectieve oplossingen.
Die zijn vaak veel goedkoper en efficienter. Je kunt bijvoorbeeld in je wijk naar een gezamenlijke oplossing zoeken. Dat is niet zo makkelijk. Onze energiecooperatie EcoBeverwijk is druk bezig te kijken wat er in Beverwijk wel of niet mogelijk is.
Over welke collectieve oplossingen er zijn, vind je in deze website de nodige informatie.
- .
Welke mogelijkheden zijn er om voor 2050 zonder aardgas je woning te verwarmen?
A. Individuele oplossingen:
- iedereen kan in principe zijn eigen route volgen door bijvoorbeeld een warmtepomp te installeren of zijn of haar huis geheel elektrisch te verwarmen met infraroodpanelen of elektrische verwarming.
- Verwarmen met behulp van hout- of pelletkachels. Maar dit is geen duurzame oplossing, want hout is niet oneindig bruikbaar, zoals wind- en zonne-energie dat wel is. Bovendien veroorzaakt het stoken van hout luchtvervuiling.
De voordelen van deze individuele oplossingen:
snel en redelijk eenvoudig uit te voeren.
De nadelen van elektrisch verwarmen zijn :- het is een erg dure oplossing: een warmtepomp kost al gauw meer dan €10.000 en je elektriciteitsrekening kan een stuk hoger worden doordat je erg veel elektriciteit verbruikt, ook bij een warmtepomp trouwens. De stroomprijs is afhankelijk van vraag en aanbod. Bij veel vraag wordt de prijs dus hoger.
- ons stroomnetwerk wordt nu al te intensief gebruikt. De kans op stroomuitval wordt groter. Je hebt dus geen zekerheid dat je altijd stroom hebt.
- zonnepanelen en batterijen kunnen in de koude winterperiode onvoldoende stroom leveren. Ook dit zijn dure investeringen.
B. Collectieve oplossingen op wijkniveau
- Het aanleggen van een groot of klein warmtenet, een buizenstelsel, waardoor elke aangesloten woning warm water krijgt geleverd voor zijn cv-verwarming en warm water.
- ??
LEES HIER WELKE STAPPEN ER NODIG ZIJN IN DE WARMTETRANSITIE
LEES HIER ALLES OVER WARMTENETTEN
- .
Warmtetransitie is de verandering van onze manier voor het verwarmen van huizen en andere gebouwen.Alle woningen en gebouwen worden aardgasvrij gemaakt.
In Nederland gaan we voor het verkrijgen van warmte een ander soort brandstof gebruiken. Geen fossiele brandstoffen, zoals aardgas of aardolie meer, maar windenergie en zonne-energie. Ook aardwarmte en andere hernieuwbare energiebronnen gaan gebruikt worden.
Waarom gaan we veranderen van brandstof?
Aardgas is duurder en schaarser aan het worden en het is bovendien een fossiele brandstof. Fossiele brandstoffen veroorzaken vanwege de CO2-uitstoot voor een belangrijk deel klimaatverandering. Ook raakt ons eigen Groningse aardgas op en willen we niet afhankelijk van Rusland zijn voor ons gas.
Hoe gaan we de verandering uitvoeren?
Samen met alle Europese landen is besloten langzaam deze transitie naar duurzame energie uit te voeren. Het plan is om in 2050 aardgasvrij te zijn. Dat gaat niet van de ene op de andere dag.
Het is een moeilijk en langdurig proces. En elk land kiest zijn eigen route.
Hoe gaat het in Beverwijk?
Elke inwoner krijgt ermee te maken. Als er geen aardgas meer is, zul je een andere oplossing voor je verwarming moeten zoeken, of je het wilt of niet. Je hoeft dat niet alleen te doen, er komt een oplossing, die alle inwoners samen met de gemeente bedenken en vaststellen.
In Nederland is er een wet aangenomen, die beschrijft dat de gemeenten de leiding moeten nemen voor de warmtetransitie. Ze moeten er dus een plan voor opstellen. In Beverwijk is er al eerder zo'n plan gemaakt. Dat noemde men toen een warmtevisie en nu zijn ze bezig met een tweede versie die warmteprogramma wordt genoemd.
MEER LEZEN OVER WARMTETRANSITIE IN BEVERWIJK
MEER LEZEN OVER MOGELIJKHEDEN OM ZONDER AARDGAS JE HUIS TE VERWARMEN
- .
· ven Ringelberg
· 29 jan 2019
·
·
Vijf Lessen uit de aardgas-energietransitie
Bijgewerkt op: 14 jun 2020
Ons nationale symbool zou turf of aardgas moeten zijn
De aanleg van aardgasleidingen in Lelystad. Bron: Nationaal Archief
Lees, like of deel dit artikel ook op Linkedin: https://www.linkedin.com/pulse/5-lessen-die-we-kunnen-trekken-uit-de-aardgas-sven-ringelberg/
De energietransitie klinkt als een recente uitdaging, met de grote verbouwing van ons hele energiesysteem en alle 7 miljoen bestaande woningen. Het is voor jongeren (zoals ik) gemakkelijk om te vergeten dat we al vaker grote energietransities hebben meegemaakt. Zo lang geleden als de 16e eeuw maakte we als Nederland een ware turftransitie door. De bevolking groeide zo hard dat we geen bossen meer overhielden om te verbranden. In 1650 voorzag turf uit het Noorden voor 37% van de totale energiebehoefte. Tot 1850 was dit nog circa een derde van de totale energiebehoefte.
Wat dat betreft hebben we altijd onze energie uit het Noorden gehaald en was men net als nu slechter af. Historicus JW de Zeeuw gaat zelfs zo ver dat hij betoogt dat turf, niet de windmolen het symbool van Nederland zou moeten zijn.
Maar als we het dan toch over energietransities en symbolen hebben, misschien zou het aardgas dan ons nationale symbool moeten zijn. Onze meest recente energietransitie was immers die van de aardgastransitie van de jaren 60. De randvoorwaarden hoe wij als Nederlanders omgaan en wat onze verwachtingen zijn bepalen hoe wij nu de energietransitie zien.
Het is daarom deze gas transitie die ons kan leren hoe om te gaan met de nieuwe energietransitie. Weliswaar is deze transitie niet 1 op 1 te vergelijken met de uitdaging nu, maar het geeft een frisse blik op onze uitdagingen.
Les 1 – Blindstaren op één energie optie is gevaarlijk
Met de vondst en grootschalige uitrol van de gasinfrastructuur werd Nederland het gaskoningkrijk van de wereld. Dit bracht ons een hoop comfort en onafhankelijkheid, maar creëerde ook een monocultuur in ons energielandschap. Innovaties op kleine schaal (Solar races van de TU Delft) en experimenteren met windenergie in de jaren 80 (Lagerwey turbines) werden platgeslagen door een wispelturig overheidsbeleid.
Lang konden we wegkomen met deze houding, want we hadden toch gas genoeg. Dit gas maakte 25% van onze inkomsten uit in de jaren 80, een van de redenen dat we de crisis in die tijd overleefde en dat we in 1976 de Oosterscheldedam toch konden bouwen. Gevolg: Denemarken is nu marktleider in windenergie en wij hebben een wegzakkende provincie.
Nu we als Nederland overgaan naar een nieuw energiesysteem ontstaan weer valse tegenstellingen tussen verschillende technologieën: all electric, warmtenetten en waterstof (om er een paar te noemen). Terwijl, we al lang weten dat we de toekomst heel slecht kunnen voorspellen. Ook dit leren we uit de aardgastransitie. Een van de redenen waarom we zo snel overgingen over aardgas (zowel industrie als huishoudens) was omdat we toch snel gebruik zouden maken van kernenergie en dit het aardgas nutteloos zou maken (Zie nota inzake aardgas 1962). Kortom, flexibiliteit in ons energiedenken is noodzakelijk. Hieronder een stuk over kernenergie uit de nota inzake aardgas:
“Of, gezien de snelle ontwikkelingen op de energiemarkt en met name de ontwikkeling van nieuwe energiebronnen als kernenergie, het aardgas op de lange duur zijn relatieve waarde zal behouden is een vraag, waarop thans geen antwoord te geven is.”
Les 2 – Politiek lef en publiek private samenwerking is essentieel
De maakbaarheidsgedachte zit in ons bloed als je naar de deltawerken, industriële landbouw en de energietransitie van de jaren 60 kijkt. Aan deze maakbaarheidsgedachte zitten risico’s, het is als overheid aantrekkelijk te ‘beslissen voor’ in plaats van ‘samen te werken aan’. Het is deze samenwerking die grootschalige projecten in Nederland succesvol heeft gemaakt.
De deltawerken zijn een kunstwerk ontstaan door publiek private samenwerkingen en het delen van expertise en risico. De gas transitie ziet hierin een sterke samenwerking tussen de NAM en Nederlandse staat. Dit met bizar snelle resultaten in slecht enkele jaren tijd.
Het werken van kleinere projecten naar opschaling is iets dat nu met de proeftuinen aardgasvrije wijken gebeurt en iets wat direct geleend is uit de deltaplan aanpak (zie mijn artikel). Wel ontstaat een risico op versnipperd leren omdat de regie bij de verschillende gemeenten ligt en niet de Rijksoverheid. Dit oplossen door het expertisecentrum warmte en de RES’sen lijkt me een goede eerste stap. Wat ontbreekt is een overheid en politiek die richting durft te geven. Gaan we voor een leidende positie op het gebied van een waterstofeconomie of een rol van kernenergie bijvoorbeeld, dat vereist iets anders dan kaders stellen en regie verplaatsen naar lagere overheden, het vereist leiderschap.
Les 3 – Participatie mag leiderschap niet vervangen
Die versnipperde regie maakt dat lokale bestuurders de vraag terugleggen bij de bewoner: ‘’zegt u het maar, wat wil u als duurzame toekomst voor uw wijk?’’. Prima natuurlijk die participatie, essentieel zelfs. Genoeg voorbeelden hebben laten zien wat er gebeurd als je bewoners niet betrekt bij ingrijpende veranderingen in hun omgeving (zie Windpark N33). Alleen wat nu gebeurt is precies het tegenovergestelde. Vaak weten beleidsmakers en technisch experts al welke kant het opgaat met de wijk en alternatieven voor aardgas. Vanuit de RES’sen en landelijke kaders wordt al veel duidelijk, het is noodzakelijk leiderschap te tonen en goed uit te leggen waarom bepaalde keuzes goed zijn.
In de transitie van de jaren 60 werden door middel van voorlichtingsfilmpjes de voordelen van aardgast toegelicht, kwam er een voorlichter van het gasbedrijf langs en was er duidelijke aanpak om je woning snel gasproof te maken. Ik krijg vaak de opmerking ‘’die tijden waren anders, mensen accepteren dat nu niet’’. Laat ik hier iets tegen in brengen: hoeveel mensen zitten nu echt te wachten op maandenlange of jarenlange discussies met hun gemeenten over de energie infrastructuur. De stille meerderheid wil vooral zonder teveel gedoe hun leven leiden en heeft belangrijke zaken aan het hoofd. Leiderschap en participatie zijn communicerende vaten, de een is geen vervanger voor de ander.
Les 4 – Zonder Noord-Nederland geen energietransitie
Hoe meer ik lees over de historie van Noord-Nederland hoe duidelijker het mij wordt dat onze energietoekomst daar vandaan moet komen. Dit was bij turf en aardgas al het geval en er liggen plannen om het gasnet geschikt te maken als waterstoftransport en accu-systeem.
Dit laatste vereist leiderschap en samenwerking met het bedrijfsleven. Belangrijker nog, het biedt kansen voor Noord-Nederland. Gas was mede zo’n succes omdat het voor grote werkgelegenheid in de regio zorgde, ook bij de winning van turf was dit het geval. Hoe mooi zou het zijn dat we uit de negativiteit van schadeclaims kunnen stappen en de provincies echt wat extra’s te bieden hebben?
Les 5 – Status en comfort zijn doorslaggevend, niet geld
Een groot deel van de discussie onder ‘specialisten’ in de energietransitie gaat over de prijs van aardgas versus alternatieven (zoals het warmtenet). Het NietMeerDanAnders (NMDA) principe zou bewoners bijvoorbeeld weerhouden over te stappen op het warmtenet. Maar is dit zo? Framen we de discussie als ‘experts’ niet zelf veel te veel rondom prijs, terwijl andere dingen belangrijker zijn?
In 1963 werd 55% van de huishoudens warm gestookt door kolen, in 1969 was 80% van de huishoudens aangesloten op het gasnet. Een enquête gehouden in Leeuwarden (1965) na de introductie van aardgas laat een aantal interessante dingen zien. Door een sterke inzet op voorlichting dat aardgas goedkoop was namen de bewoners dit over, zonder dat per se te controleren. Want uit de enquête bleek dat 85% geen besef had van zijn of haar energieverbruik en 65% niet wist wat de tarieven waren. Die prijs was namelijk ook niet het belangrijkst.
Aardgas, daarmee kon je je onderscheiden. Net als dat nu 80% van de subsidies worden benut door hogere-inkomensgroepen, zo ging dezelfde groep ook eerder over op aardgas. Gas was immers comfortabel en een kans voor centrale verwarming. Met dat aardgas koken, dat was even wennen. Maar de gemeentelijke aardgasbedrijven deelde gratis sudderplaatjesuit, kookcursussen en hoop andere gadgets. En ja, dit soort advertenties waren er ook te vinden:
Op zoek naar de tomaten van de energietransitie
De kans zit hem misschien in zowel elektrisch koken als aardgasvrij wonen aantrekkelijk te maken. Veel comfortabeler gaan we het niet krijgen, maar gadgets en slimmer koken, dat is een kans. Misschien zit de kans wel in werkgelegenheid, al die duizenden mensen die opgeleid moeten worden tot warmtenet- of warmtepomp techneut zijn gelijk ook je ambassadeurs.
Uit het boek Gasland komt naar voren hoe Nederland veranderde door de gasvondst. Zo gingen we van een seizoensgebonden teelt, naar door het hele jaar door paprika’s, courgette en tomaten. Aardgas bevrijdde ons van de hele winter knollen eten, dat is nog eens een plus. De vraag die ik nog over heb is dat ook: Wat zijn die nieuwe tomaten van de energietransitie?
Op zoek naar een spreker voor bewonersplatforms, coöperaties of een bestuurlijke setting? Schroom niet mij te benaderen voor dit soort events. Ik geeft graag (interactieve) presentaties over de energietransitie. Contact opnemen kan via mijn LinkedIn pagina of via het contactformulier op deze website.
© 2022 By Transitiepaden
---
De Nederlandse Aardgastransitie
Aardgas zou eigenlijk ons nationale symbool moeten zijn. De vondst van deze bodemschat in 1959 heeft Nederland ingrijpend veranderd. Van de manier hoe we onze woningen verwarmen, tot wat we eten in de winter. Aardgas heeft nu een nare bijsmaak. We denken dan aan hoge energierekeningen, aardbevingen in Groningen, en afhankelijkheid van Rusland. Ondertussen heeft iedereen wel een mening over hoe we de meer dan 7 miljoen Nederlandse woningen aardgasvrij kunnen maken.
Wat ontbreekt aan de discussie is inzicht in hoe al die Nederlandse woningen ooit zijn overgeschakeld op gas. Dit boek beschrijft de grote aardgastransitie die Nederland in de jaren 60 doormaakte. Nederland heeft met deze energietransitie iets unieks voor elkaar gekregen: binnen tien jaar tijd radicaal omschakelen van de ene naar de andere energiebron. Hoe zijn we tot deze keuze gekomen om alle Nederlandse woningen geschikt te maken voor aardgas? Hoe reageerden burgers en wat was de rol van de gemeente en Rijksoverheid? Met een indrukwekkende propagandacampagne, duizenden kilometers leidingwerk en miljoenen vervangen apparaten, biedt de aardgastransitie van de jaren 60 waardevolle lessen voor het succes van onze huidige energietransitie.
Precies hierover heb ik een boek geschreven: 'De Nederlandse Aardgastransitie'. Onze historie verdient een betere plek in de huidige discussies over de energietransitie. In mijn onderzoek is het mij opgevallen hoeveel discussies: van kosten, wijkgerichte aanpakken tot participatie ook bij de introductie van het aardgas zijn gevoerd.
Het boek gaat in op deze aanpak: van de duizenden kilometers leidingwerk, politieke discussie tot uitvoering in de praktijk. De hoofdfocus is hoe miljoenen Nederlandse huishoudens zo snel zijn overgeschakeld op het aardgas. Hoe was dit mogelijk, wat voor rol speelde propaganda en ontstonden er protesten? Ik hoop dat lezers inspiratie halen uit ons verleden en tot nieuwe inzichten komen hoe we onze energietransitie tot een succes kunnen brengen.
Bestellen
Interesse in het boek? Bestellen kan via bol.com of Donner. Daar is ook een inkijkexemplaar te vinden. Op mijn website kan je ook wat blogs vinden over de geschiedenis van energietransities.
Contact opnemen voor presentaties, een artikel of andere mediamogelijkheden kan via:
- Change