Energietransitie EcoBeverwijk
Werkgroep
  1. U bevindt zich hier:  
  2. Startpagina
  3. Coöperatieve energie
 

ENTRNCE, onderdeel van Alliander, is in 2013 bedacht als antwoord op de uitdagingen in de energiesector van de toekomst. Aandeelhouders zijn decentrale overheden waaronder veel gemeenten.
De energietransitie is in volle gang en lokale en regionale overheden kijken dan ook volop naar slimmere, groene oplossingen om aan duurzaamheidsdoelstelingen te voldoen. Zelflevering is zo’n alternatief, waarmee overheden zelf de touwtjes in handen hebben als het gaat over het inkopen van hun benodigde energie. Dit is niet alleen het transparant inkopen van energie, maar gaat over het totaalplaatje: de opwek, de distributie en het verbruik van groene lokale energie.
Laten we eerlijk zijn: de gebruikelijke manieren van energie inko­pen zijn vaak langdurig en ondoorzichtig. Onderaan de streep weet je namelijk niet precies waar je energie vandaan komt. Met zelflevering heb je die regie wel. Door als lokale of regionale overheid zelf je eigen energieleverancier te worden, heb je de mogelijkheid om:

■ Volledig inzicht te krijgen in energietransacties. Zo zie je direct waar de energie die je verbruikt vandaan komt en kun je bij­ voorbeeld 100% groene energie inkopen uit opweklocaties die eigendom zijn van jouw gemeente of van andere overheden waarmee je samenwerkt, zoals wind- of zonneparken.

■ Lokale opwek van duurzame energie te stimuleren, wat leidt tot besparingen op energiekosten, meer werkgelegenheid, en nieuwe kansen voor lokale energiecoöperaties en onder­nemers.

■ Autonoom en onafhankelijk te starten met opwek, inkoop en verbruik van lokale groene energie zonder dat hiervoor een Europese aanbesteding nodig is.
‘Onderdeel zijn van politiek is complex en uitdagend. Maar het technisch inhoudelijke gedeelte, het inkopen van de stroom zelf, is geen rocketscience.’ aldus Albert Jonathans, Business Developer en verantwoordelijke Gemeentelijke Energie bij Agem Energie Experts.


Door deze grote voordelen wint zelflevering steeds meer terrein in Nederland. Het potentieel van deze oplossing is enorm veel­ belovend, maar toch wordt zelflevering nog vaak gezien als een spannend en complex proces. Maar met de juiste begeleiding, tools en kennis hoeft dat helemaal niet zo te zijn! Er zijn al veel partijen die het succesvol toepassen, dus je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden.
Om te kunnen starten met zelflevering zijn 4 tools noodzakelijk: leveranciersregistratie, het ENTRNCE Trader Platform, forecasting en de juiste backoffice applicatie.
Wil je meer weten over de benodigdheden voor zelflevering? En hoe je zelflevering in de praktijk brengt? Download dan gratis het gehele whitepaper op www.entrnce.nl/whitepaper-tools.

■ ENTRNCE ontwikkelt digitale oplossingen voor de energiemarkt van de toekomst. Zo hebben wij een platform ontwikkeld dat de combinatie tussen lokale groene energie en centraal ingekochte stroom wel kan maken, genaamd deTrader. Hiermee kunnen lokale en regionale overheden zelf elke gewenste combinatie van lokaal en centraal opge­wekte energie bepalen.
Interesse? Plan nu een strategiegesprek in met een van onze adviseurs.
Met de juiste tools en kennis hoeft de stap naar zelflevering helemaal niet zo complex te zijn.’

  • .
1f469-200d-1f469-200d-1f467-200d-1f466

Werken aan een norm voor energiegemeenschappen

 
 
 
 
 
 

Bron: Pont mag 2023-3 door Tammo Hoeksema,COMMUNICATIEADVISEUR ENERGIE SAMEN

Energiegemeenschappen zijn opgenomen als speler op de energiemarkt in het recente wetsvoorstel Energiewet. Dat is goed nieuws voor burgerinitiatieven in de energietransitie, maar het is pas een startpunt om een volwaardige rol te kunnen spelen in de energiemarkt. Volgens Energie Samen, de brancheorganisatie van energiecoöperaties, is er een normering nodig om duidelijk te maken wat een energiegemeenschap is en wat daar niet onder valt.

Energie Samen vindt het belangrijk dat duidelijk is dat energiecoöpe­raties onder de noemer energie­gemeenschappen vallen. Siward Zomer, coöperatief directeur van Energie Samen: ‘Dat is zowel zinvol voor onszelf als voor onze samenwerkingspartners. We kijken daarom naar de mogelijkheid van een norm met bijbehorende certificering voor het borgen van de kwaliteit en governance van energiegemeenschap­pen.’
‘De wet is de basis, en daar staat het begrip ‘energiegemeenschap’ nu in. De overheid reguleert activiteiten in de energiemarkt. Daar bestaat allerlei wet­-en regelgeving voor, maar daar staan energiegemeenschappen nog niet in. Dat is lastig.
Als de overheid bijvoorbeeld ons concept “slim energiedelen”, ofwel local4local, wil stimuleren, kan dat nu alleen via wetgeving voor energieleveranciers, en dat zijn de meeste energiecoöperaties niet. Iets soortgelijks geldt voor andere marktregels, voor subsidieregels en voor bijvoorbeeld staatssteunregels. We willen dat energiegemeenschappen een rol in al deze regels krijgen. Dan is het belangrijk dat duidelijker wordt wat we precies onder energiegemeenschappen verstaan.’
Rechten en plichten van energiegemeen­schappen kan de overheid in principe ook vastleggen in nieuwe wetgeving.

Waarom doen we dat niet gewoon?
Zomer: ‘Dat is weinig flexibel. We zijn daar geen voorstander van. Ik zie vier ver­schillende lagen van regulering of zelfregulering voor me.
De eerste laag bestaat uit de wetgeving,
de tweede laag is nor­mering. Certificering, dus voldoen aan de norm, is dan een eis in de wetgeving om als de speler ‘energiegemeenschap’ op de energiemarkt te mogen opereren.
De derde laag bestaat uit gedragscodes.
Die zijn in principe vrijwillig, maar een samenwerkingspartner kan wel eisen dat een energiegemeenschap de gedrags­ code hanteert.
Als vierde en laatste laag heb je dan nog interne regulering. Dat kan op organisatieniveau, bijvoorbeeld “binnen deze organisatie doen we het op deze manier”, maar ook voor al onze leden, je kunt je eigen functioneren vergelijken met die van andere leden en daarna kijken wat er beter kan.

Al deze vier lagen heb je nodig, en vloeien in zekere zin in elkaar over. Gedragscodes kan je in een norm opnemen. Een norm kan je in de wet opnemen. Maar volgens mij draagt normering het meeste bij aan versterking van de energiecoöperatie-sector.

Bovendien zal duidelijkheid over energiegemeenschappen ook meer duidelijkheid geven over het streven in het Klimaatakkoord naar 50 procent “lokaal eigendom”. Alle partijen weten beter waar ze aan toe zijn als je dat inter­preteert als “50 procent eigendom van lokale energiegemeenschappen”.’

WAT ZEGT DE CONCEPT-ENERGIEWET OVER ENERGIE­GEMEENSCHAPPEN?
In het conceptwetsvoorstel staat als defi­nitie voor energiegemeenschap: rechtspersoon die ten behoeve van haar leden of aandeelhouders activiteiten op de energiemarkt verricht en als hoofddoel heeft het bieden van milieuvoordelen of economische of sociale voordelen aan haar leden of aandeelhouders of aan de plaatselijke gebieden waar ze werkzaam is, en niet het maken van winst, (versie 9 juni 2023, artikel 1.1 begripsbepalingen).
Het wetsvoorstel houdt de mogelijkheid open dat er aanvullende regels over zeg­genschap worden geformuleerd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB).
Deze definitie van het ministerie van EZK is de uitwerking van (twee) Europese definities uit het Clean Energy Package (CEP).

 
afbeelding-20250915-150231.png


WAAROM EEN NORM VOOR ENERGIEGEMEENSCHAPPEN?
Om de behoefte aan een norm/certificering te peilen hebben we gesprekken gevoerd met negen stakeholders, van overheid tot innovatiepartner, van energiecoöperatie tot coöperatieve bank (in opdracht van TKI Urban Energy samen met norminstituut NEN). De geïnterview­den zagen zeker toegevoegde waarde voor een norm voor energiegemeenschappen.
Hierbij ging het om:

■ geldstromen (eis bij subsidies en lenin­gen van bank of burgers),

■ kwaliteit van werken (inclusief ver­groten van draagvlak, het borgen van zeggenschap en als basis voor leden om het bestuur aan te spreken),

■ standaardisering (en daardoor ver­minderen van risico’s)

■ de energiemarkt als geheel (zoals toetreding van nieuwe spelers, gelijk speelveld).

Zomer: ‘Niemand vond het een slecht idee. De behoefte bleek zelfs sterker dan verwacht. Dat merkten we ook al bij andere stakeholders, zoals marktwaakhond ACM en Tweede Kamerleden.
Men vond het ook belangrijk om niet te wachten, anders ontstaat er wildgroei van energiegemeenschappen, waarin iedereen wat anders doet en misbruik van wet- en regelgeving op de loer ligt.’

HOE WERKT NORMERING OF CERTIFICERING?
Normen worden opgesteld door des­kundigen en belanghebbenden in zoge­naamde normcommissies. Het normproces is open voor alle belanghebbenden.
Een norm bevat eisen met betrekking tot producten en diensten, processen, syste­men en personen. Een norm kost geld.
Allereerst om de norm op te stellen. Dat geld wordt bij elkaar gebracht door de partijen in de normcommissie. De norm wordt vastgesteld in een aantal rondes.
Iedereen kan reageren op het concept. De normcommissie stelt de norm vast. De norm wordt elke vijf jaar tegen het licht gehouden (of eerder, naar behoefte). Het hele proces wordt begeleid door NEN.
Energiecoöperaties vragen certificering aan en betalen daarvoor. Zomer: ‘Dat kunnen ze bij commerciële certificeringsbedrijven aanvragen, maar we wil­len kijken of we dat coöperatief kunnen oppakken. Dan kunnen we het geld én de kennis binnen de sector houden. Want van het toetsen kan je weer veel leren.’

HOE GAAN WE VERDER?
Zomer: ‘Op 15 juni hebben we een goed bezochte bijeenkomst hierover georganiseerd. We hebben daarna alle belanghebbenden gevraagd of ze in de normcommissie willen meedenken en willen meebetalen. Eind september willen we de financiering rond hebben.
Vervolgens moeten we afspraken over de organisatie maken. Dan verwachten we in 2024 te starten met het opstellen van een norm. Over het concept gaan we ver­volgens onze leden (energiecoöperaties, red.) consulteren.’ ■

  • .
1f4a1

Energiecoöperaties en het nieuwe energiesysteem in 2050

 
 
 

bron: Pont ( 2023-2 )
door: Frans A. van de Loo

Energiecoöperaties: sterker naar 2050

De energiecoöperatie kan zelfs uitgroeien tot een professioneel bedrijf

We zijn op weg naar een CO2-vrij energiesysteem in 2050. Er is nu zelfs een Nationaal Plan Energiesysteem 2050. Zie ook
Dat systeem wordt een mix van centraal en decentraal, maar welke rol zullen energiecoöperaties daarin spelen?

Er zijn nu ongeveer 705 energiecoöperaties, ongeveer 2 per gemeente. Dat is mooi, maar de huidige bijdrage aan de energieproductie is bescheiden. De coöperaties produceren samen zo’n 5% van alle Nederlandse opgewekte duurzame elektriciteit, zo’n 2% van alle elektriciteit. Bovendien is de coöperatieve energie volgens de Lokale Energie Monitor 2022 slechts voldoende voor ongeveer 5% van alle huishoudens. Daar valt nog wat te halen, zeker als je bedenkt dat straks alle elektriciteit duurzaam zal zijn, nu is dat nog maar zo’n 40%.

In het Klimaatakkoord is wel afgesproken de inzet op coöperatieve energie te versnellen met de afspraak dat in principe ieder nieuw duurzaam energieproject, stroom en warmte, voor 50% eigendom van lokale burgers en bedrijven moet zijn (vanaf 2019). Stel dat we dit voor alle nieuwe projecten weten te realiseren dan zou de coöperatieve stroom naar schatting goed kunnen zijn voor zo’n 4 miljoen huishoudens, dat is 50% van alle Nederlandse huishou­dens. Zelfs dan is de bijdrage dus beperkt.

Dus: wat wordt de rol en omvang van de energiecoöperaties in het Energiesysteem 2050?
Wat willen de energiecoöperaties betekenen, wat willen ze bereiken? Een aantal ontwikkelingen tekent zich af.

LOKAAL PLATFORM
In iedere gemeente kan je nu kennismaken met het gedachtegoed van de energiecoöperatie en je melden om lokale eigen energie af te nemen. De liefhebbers zullen dat doen, maar ongetwijfeld niet iedereen. Lokale eigen energie is een optie, coöperatieve stroom kan je kiezen als product naast bijvoorbeeld groene en grijze stroom.
Iedere locatie een energiecoöperatie: misschien zijn we daar wel mee tevreden?
Energiecoöperaties zijn dan belangrijk als lokale aanjager van de energietransitie. Ze gaan zich, naast de realisatie van wind- of zonne-projecten, richten op de lokale warmtetransitie en op energiebesparing. Ze kunnen zich zelfs verder verbreden tot duurzaamheid in brede zin. Betuwind legt bijvoorbeeld een voedselbos aan en bouwt zo een relatie met duurzame landbouw. Energiek Leiden gaat met de gemeente een meerjarig programma rond duurzaamheid in de stad uitvoeren.

==> De coöperatie groeit zo uit tot een lokaal platform voor energie­ transitie of duurzaamheid, een knooppunt dat lokale activiteiten verbindt en stimuleert. Als je lokaal iets duurzaams wil starten, neem je contact op met de lokale coöperatie. Het accent ligt dan niet zozeer op de realisatie van wind- en zonneparken.

REGIONAAL NUTSBEDRIJF
De energiecoöperaties leveren een bijdrage aan de huidige duurzame elektriciteit. Doorgaans verkopen ze hun opgewekte stroom aan een energieleverancier of andere marktpartij - ze zijn dus eigenlijk productiebedrijven van duurzame energie.
Vaak kunnen de leden vervolgens groene stroom inkopen van dezelfde energieleverancier, waardoor ‘virtueel’ van ‘eigen stroom’ gesproken kan worden. Van directe levering van eigen stroom aan coöperatieleden is nog geen sprake.
Op die weg kunnen energiecoöperaties doorgaan. Er is veel duur­zame energie nodig, wil onze stroom en warmte in 2050 voor 100% duurzaam zijn. Volgens het Nationaal Plan Energiesysteem 2050 moet dat voor stroom zelfs al in 2035 gelden. Nu is dat 40% van alle stroom en 15% van alle energie.
We hebben dus tweeënhalf keer zoveel wind- en zonproductie nodig, nog afgezien van de verdere elektrificatie van verwarming, vervoer en industrie.
Zoals gezegd produceren energiecoöperaties nu rond 2% van alle elektriciteit.
Wil de productie van de energiecoöperaties straks relevant zijn, dan zal op enige manier schaalvergroting en verdere professionalisering nodig zijn.
Lokale energiecoöperaties zouden uit kunnen groeien of zich kunnen bundelen tot regio­nale energiebedrijven. We zijn dan als het ware weer terug bij het vroegere nutsbedrijf, lokaal of regionaal, herkenbaar en publiek eigendom.
Er zijn al ontwikkelingen in die richting: Deltawind is van oudsher een voorbeeld, als professioneel coöperatief ener­giebedrijf op Goeree Overflakkee, de productie komt ongeveer overeen met het stroomgebruik op het eiland. De Windvogel, Rijnland Energie of Betuwind zijn andere regionale voorbeelden.
Coöperatieve productie zou zelfs ook op zee kunnen plaatsvin­den. Coöperaties zouden als partij kunnen deelnemen in een consortium dat een windpark bouwt, of mogelijk zelf een eigen burgerconsortium kunnen vormen. Energie Samen verkent die mogelijkheid in het project ONS, Onze Noordzeestroom. Wind op zee is weliswaar geen lokale productie, maar wel coöperatief.
Dat coöperatieve element staat in deze ontwikkeling centraal, er geldt: ‘Lokaal wat kan, landelijk wat moet’. Energiecoöperaties zijn dan nuttige duurzame energieproducenten, hun stroom gaat het landelijke net op, ook wel ‘de koperen plaat’ genoemd.

Wat moet dan de ambitie van energiecoöperaties bij deze schaal­ vergroting zijn? André Jurjus, voorzitter van Energie Samen, stelt: ‘We zouden in ieder geval de helft van alle huishoudens moeten kunnen bedienen’. Nu is dat 5% en deze ambitie betekent dus dat de coöperaties tien keer zoveel moeten zien te produceren (in 2035). Een hele uitdaging.

Bedrijven en energiecoöperaties kunnen ook samenwerken

ENERGIEGEMEENSCHAP
Een derde perspectief zijn regionale of lokale energiegemeenschappen. Duurzame energie is overal, dus waarom slepen met duurzame energie, produceer het lokaal waar het nodig is. ‘De gebouwde omgeving zal netto energieneutraal zijn’, stelt het Expertteam Energiesysteem 2050, en vervolgt: ‘Dat hoeft niet echt autark te zijn, we hebben immers een goed stroomnet, maar het is wel zaak vraag en aanbod te koppelen waar dat voor de hand ligt’. Expertteam-lid Annelies Huijgen stelt: ‘Het ziekenhuis in de buurt heeft warmte over, benut dat voor onze woningen; en waarom zouden we allemaal precies om 18.00 uur moeten eten en koken?’ Zo zouden volgens haar slimme, lokale energiesystemen kunnen ontstaan, die op wijkniveau in de behoefte aan stroom en warmte voorzien.
Als we vraag en aanbod lokaal (beter) koppelen wordt een stabie­lere energieprijs mogelijk. Immers, van een gerealiseerd wind- of zonproject ligt de kostprijs voor een reeks van jaren vast. Als we lokaal vraag en aanbod goed op elkaar afstemmen en voor lokale opslag zorgen, hoeven we geen stroom meer in te kopen en zijn we niet meer afhankelijk van de fluctuerende landelijke marktprijs.
Aan dit perspectief werken de lokale coöperaties in het project Local4Local. Onderling stroom- of warmtecontracten afsluiten, vraag en aanbod beter balanceren, minder afhankelijk zijn van het landelijke net, met een stabielere en mogelijk lagere stroomprijs.

Dit kan als energiecoöperatie zelf, maar ook op wijkniveau, en het kan een nog ruimere lokale of regionale vorm aannemen als ‘energiegemeenschap’ waarin coöperaties, bedrijven, gemeenten en andere instellingen samenwerken. Bedrijven hebben toene­mend moeite een netaansluiting te krijgen. Als gevolg zijn ze al bezig ‘energiehubs’ te vormen, waarin ze onderling samenwerken, energie en warmte uitwisselen en vraag en aanbod afstemmen.
Minder energie van het hoofdnet is dan nodig en dat maakt een collectieve aansluiting makkelijker Maar bedrijven en ener­giecoöperaties kunnen ook samenwerken. Betuwind heeft een Watthub-laadstation aangelegd waar ondernemers die tegen netcongestie aanliepen, hun voertuigen nu rechtstreeks met Betuwestroom kunnen opladen.
Bijkomend voordeel kan zijn dat de netcongestie verlicht wordt, zeker als energiecoöperaties, energiehubs en anderen zich bun­delen tot zo’n energiegemeenschap en samen vraag en aanbod op elkaar afstemmen. Enkel de energiecoöperaties zullen de regionale netcongestie niet oplossen. De energiegemeenschap is als concept geïntroduceerd in het Europese energiebeleid en begint zijn plaats ook in de Nederlandse wet- en regelgeving te krijgen. Het is terug te vinden in het Nationaal Plan Energiesysteem 2050, waarin ook een Programma Stimulering Energiehubs wordt aangekondigd.

AAN HET WERK
Voor het zover is, zijn er nogal wat hordes te nemen en vragen te beantwoorden. Directe levering van stroom aan een lokale afnemer is nu nog niet mogelijk. Een energieleverancier moet een leveringsvergunning hebben en aan allerlei eisen voldoen zoals balansverantwoordelijkheid en back-up-inkoop van energie.
Zelflevering aan particulieren is administratief nog niet mogelijk, maar moet dat dan wel worden wil de coöperatie effectief vraagsturing kunnen bevorderen om zo naar een stabiele prijs toe te kunnen werken. Marktmodel en regelgeving moeten daarvoor wel aangepast worden. De stroommarkt is immers veranderd en decentraal geworden en de burger is van consument prosument geworden. Maar deze burger heeft in de huidige regelgeving nog geen duidelijke positie.
Dit alles vraagt om een professionele organisatie, professioneler dan nu vaak het geval is. De energiecoöperatie kan zelfs uitgroeien tot een professioneel bedrijf, en sommige doen dat al: bijvoorbeeld Zeeuwind, Deltawind en Betuwind. Ze groeien dan als het ware uit tot een regionaal nutsbedrijf, zoals die vroeger bestonden.
Maar professionalisering kan ook in de vorm van een (landelijke) netwerkorganisatie. Want: ‘Niet iedere energiecoöperatie hoeft het wiel opnieuw uit te vinden en alles zelf te doen’, benadrukt André Dippell, directeur van om | nieuwe energie. Deze coöpe­ratieve energieleverancier werkt inmiddels samen met tachtig coöperaties, bezit wel een leveringsvergunning en kan daardoor de coöperaties in allerlei zaken ontzorgen. Nu functioneert het bedrijf nog als energieleverancier met in- en verkoop van coöperatieve stroom (of warmte), maar Dippell zou het graag zien uitgroeien tot een servicebureau, dat coöperaties ondersteunt die zelf lokale afnamecontracten met hun leden sluiten en hen direct stroom of warmte leveren.
Bij warmte kan dat al, bij het duurzame warmteproject Duinwijck op Vlieland vervult om | nieuwe energie zo’n servicerol en krijgen de leden de rekening rechtstreeks van de coöperatie. ‘Coöperaties hebben een “machinekamer” nodig om de dingen professioneel te regelen, ze hoeven niet alles zelf te doen’, stelt ook André Jurjus. Laat rond de energiecoöperaties (landelijk) professionele ondersteuning ontstaan.
Enerzijds voor de projectontwikkeling.Energie Samen en een aantal coöperaties bieden nu al bepaalde ondersteuning aan. Anderzijds voor ondersteuning rond de lokale (zelf)levering. De coöperatie zelf kan zich dan richten op lokale kerntaken als matching van vraag en aanbod en eigenaarschap van de productie. En zij kan een lokale motor vormen voor de totstandkoming van energiegemeenschappen.
Lokale balancering van vraag en aanbod staat centraal, maar hoever kunnen we daarmee komen? Landelijk gezien wordt de meeste duurzame stroom op andere plekken geproduceerd dan

De coöperatievorm is een middel, geen doel

waar de grootste energievraag is. Bovendien dekt de landelijke productie van wind en zon door het jaar heen de stroomvraag maar voor 60%. Idealiter zou vraagsturing dit met 40% moeten vergroten. Ten derde produceren energiecoöperaties maar 2% van alle stroom, dus alleen zullen ze niet het verschil kunnen maken.
In groter verband van een energiegemeenschap mogelijk wel.

Local4Local beoogt een stabiele(re) kostprijs, maar ook een lagere: de zogenaamde Kostprijs+. Zal die Kostprijs+ inderdaad lager uitvallen? Dat is nog even de vraag. Schaalvergroting en professionalisering zullen hogere organisatiekosten met zich meebrengen. Ook zullen vraag en aanbod vaak niet helemaal te matchen zijn - dan zal er op bepaalde momenten toch op de markt stroom ingekocht of opgewekte stroom verkocht moeten worden, waarschijnlijk tegen een hogere respectievelijk lagere prijs.
==> Is bij schaalvergroting en professionalisering de coöperatieve ledenorganisatie nog steeds de beste organisatievorm? De afstand tussen organisatie en leden neemt dan waarschijnlijk toe, Delta- wind ervaart het nu al als uitdaging om de leden goed te blijven betrekken. Of is een andere publieke organisatievorm dan beter passend, bijvoorbeeld met aandeelhouders en een (lokale) Raad van Toezicht? Het gaat coöperaties toch immers vooral om lokale herkenbaarheid en grip op sturing van het bedrijf en op bestem­ming van de eventuele opbrengsten. Kortom, om het (gevoel van) eigenaarschap. De coöperatievorm is een middel, geen doel.


AAN DE SLAG
De huidige energiecoöperaties zijn hard en goed bezig, maar moeten zich ook de vraag stellen welke rol ze in het toekomstige energiesysteem willen spelen. ‘Eigen energie lokaal’ zal een belangrijk element blijven, maar (verdere) schaalvergroting en professionalisering zijn nodig. Drie mogelijke ontwikkelingsrich­tingen zijn hier geschetst. Een aantal energiecoöperaties is goed op weg, maar in de breedte moeten zeker stappen gemaakt worden.
André Jurjus benadrukt dan ook: ‘Local4Local heeft potentie en die moeten we wel waarmaken, dat is cruciaal voor de energiecooperatie-sector. Met een stabiele prijs wil iedereen straks wel lid worden’. Aan de slag dus ■

 

  • .
1f64c

 The Green Quest: #2 Ecoplant: overal een energiefabriekje

 
 
 
 
 
 

The Green Quest: #2 Ecoplant: overal een energiefabriekje

Harm Edens, Prof. dr. ir. P. M. Herder, BNR.nl

  • .
atlassian-logo_home

Alles over energiegemeenschappen

 
 
 
 
 
 

ENERGIEGEMEENSCHAPPEN kenmerkend

• energie uitwisselen: individueel of collectief via een open en democratisch systeem.

• individuele burgers, eventueel in samenwerking met lokale overheden of kleine ondernemingen.

• Opgenomen in Europese energiewet: Via energiegemeenschappen kunnen burgers, lokale overheden en kleine ondernemingen samen energie opwekken, delen en verkopen. Voor 2018 waren burgers voor de wet alleen afnemers van energie.

 

VOORBEELDEN met collectief eigendom

• Zonneveld/weide zonnepanelen

• Zonnedak zonnepanelen

• Windturbine

• Kleine biocentrale (agrarisch)

• Buurtprojecten diverse

 

HOE WERKT HET NU ? Burgers en kleine bedrijven investeren financieel in de aanleg en profiteren financieel van de opbrengst via hun energieleverancier of via andere uitkering. Bv, in Postcoderoos/sde-projecten

Wat zijn energiegemeenschappen? AI gegenereerd.

Energiegemeenschappen zijn groepen van individuele burgers, lokale overheden en kleine ondernemingen die samenwerken om energie op te wekken, delen en verkopen. Dit gebeurt binnen een open en democratisch systeem, waarbij energie kan worden uitgewisseld, zowel individueel als collectief. Voor 2018 waren burgers volgens de wet alleen afnemers van energie, maar de Europese energiewet heeft dit veranderd, zodat zij nu ook actief kunnen deelnemen aan de energieproductie.

Voorbeelden van energiegemeenschappen met collectief eigendom zijn onder andere zonnevelden, zonnedaken, windturbines, kleine biocentrales en diverse buurtprojecten. Burgers en kleine bedrijven investeren financieel in de aanleg van deze projecten en profiteren financieel van de opbrengsten via hun energieleverancier of andere uitkeringen, zoals in Postcoderoos- of SDE-projecten.

  • .
  1. De rol van energiecoöperaties
  2. Podcasts over energiecoöperaties
  • Home
    • contact
  • Energie,alg
    • Opwek van energie
    • Strijd om energie
    • Energiemarkt
  • Energietransitie,alg
    • Stroomvoorziening
    • Opslag van energie
  • Warmtetransitie
    • Wat is Warmtetransitie
    • Mogelijkheden voor aardgasvrij wonen
    • Stappen in de warmtetransitie
    • Warmtenetten
    • Warmte Beverwijk
  • Duurzame energie(bronnen)
    • Zonne-energie
    • Windenergie
    • Aardwarmte
    • Aquathermie
    • Wat is waterstof?
  • Fossiele en andere Energie(bronnen)
    • Steenkool
    • Olie
    • Gas
    • Kernenergie
    • Bio-energie
  • Energiebeleid en wetgeving
  • Duurzaam bouwen
    • Biobased bouwen
  • Coöperatieve energie
  • Downloads en overige informatie